Goed Toezicht

Toezicht is een grote kracht in een samenleving en in het leven van individuen en dat geldt voor alle toezicht; overheidstoezicht, sociaal toezicht en toezicht op en binnen organisaties. Toezicht is niet een drijvende, productieve kracht, maar een behoudende kracht in de goede zin van het woord: toezicht houdt ons bij de normen, afspraken en verantwoordelijkheden die ons toevallen in onze rollen als burger, ondernemer of toezichthouder. 

 

Toezicht in de publieke sector

Toezicht houden is een kerntaak voor de overheid. Nederland kent centrale toezichthouders als de NVWA (Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit) en Inspectie Sociale Zaken of marktautoriteiten als DNB (de Nederlandse Bank). Maar het kent ook decentrale toezichthouders als provincies, gemeenten en omgevingsdiensten. Toezicht is een vak, dat voor een deel geleerd wordt in de praktijk. Maar Goed Toezicht vraagt om meer; om reflectie, normering, training. Hoe zit dat?

 

Semipublieke sector

Toezicht houden doen we grotendeels zelf; zelftoezicht op basis van onze waarden en verantwoordelijkheden, sociaal toezicht door collega’s, maatschappelijke toezicht door media. Maatschappelijke organisaties in de semipublieke sector zoals zorg, onderwijs, cultuur en woningcorporaties kennen hun eigen interne toezicht; Raden van Toezicht en (bij woningcorporaties) Raden van Commissarissen. Hoe verhoudt dit ‘interne toezicht’ zicht tot extern toezicht, zijn de principes van (goed) toezicht gelijk of heel anders?