Toezicht publieke sector

Toezicht houden is een kerntaak voor de overheid. Nederland kent centrale toezichthouders als de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) en Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) of marktautoriteiten als De Nederlandse Bank (DN). Maar het kent ook decentrale toezichthouders als provincies, gemeenten en omgevingsdiensten. Toezicht is een vak, dat voor een deel geleerd wordt in de praktijk. Maar Goed Toezicht vraagt om meer; om reflectie, normering, training. Hoe zit dat?


Voor veel toezichthouders bestaat toezicht uit controle en waar nodig een waarschuwing of een boete. Het doen is belangrijker dan het denken over de strategie of het evalueren van de effecten. Tegelijk worden aan toezicht eisen gesteld in de vorm van kwaliteiten als transparent, slagvaardig of effectief. Vanuit het idee van Goed Toezicht wordt effectiviteit voorop gezet. Hoe organiseer je dat? Bij nader inzien is de grootste garantie voor kwaliteit en effectiviteit van toezicht het goed organiseren van het adequate toezichtproces met fasen als analyse, strategie, uitvoering en monitoring/lering. Deze adequate toezichtscyclus laat zich goed instrumenteren en inrichten. De basisprincipes van goed toezicht worden besproken in onze Leergang Goed Toezicht, 3x2 dagen intensieve training en coaching.


Goed leren van de theorie is mooi, goed toepassen in de praktijk is mooier! Vandaar dat we vanuit onze ervaring als onderzoeker, consultant en trainer een geïntegreerd ondersteuningstraject hebben ontworpen en toegepast, waarmee toezichthouders op basis van analyse van alle informatie van voorbije Jaren en met input uit beleid de toezichtplannen voor de komende jaren optimaliseren. We deden dat al voor 1 middelgrote toezichthouder (800 mensen) gericht op 40 branches, maar we denken dat iedere toezichthouder zijn taak op deze manier kan vormgeven.